Achter elk gezicht een verhaal In ‘Morgenvroeg in New York’

leestijd: 3 minuten

Voor de nieuwsgierige mens is niets zo erg als een ramp waarbij het onduidelijk is hoe die heeft kunnen gebeuren. Vanuit dat idee ontstond Morgenvroeg in New York, waarin een vliegtuigramp aanleiding is voor een zoektocht naar antwoorden.

Op 28 oktober 1949 crasht het nieuwe Air France-vliegtuig de Constellation door een samenloop van omstandigheden. Wat een bijzondere eerste vlucht moest zijn, wordt een complete ramp waarbij alle inzittenden overlijden. De crash krijgt nogal wat media-aandacht, aangezien er relatief veel bekenden in het vliegtuig zaten, zoals bokskampioen Marcel Cerdan. Het is nog de tijd van voor de zwarte doos, dus achterhalen wat er fout ging, is een hele operatie an sich.

In Morgenvroeg in New York geeft Adrien Bosc enkele inzittenden van het waargebeurde vliegtuigongeluk een stem door hun verhaal te vertellen. Het zijn stuk voor stuk intrigerende verhalen, die samen een bijzondere combinatie vormen. Het herinnert de lezer eraan dat achter elk gezicht een verhaal schuilgaat als je bereid bent te luisteren. Verhalen van de passagiers wisselen zich af met een reconstructie van de vlucht.

Adrien Bosc schrijft op een bijzonder getalenteerde manier openingszinnen waarbij je in één klap alles over een personage en zijn leven te weten komt. Het is fascinerend hoe hij die levens met zo weinig woorden reconstrueert. Al na enkele zinnen ben je betrokken bij de levens van de slachtoffers van de vliegtuigramp. Iedere reconstructie is als een kort verhaal dat nog niet af is en juist dat maakt het zo treffend. Steeds meer begin je als lezer de impact van de crash te voelen, wetende dat zulke betekenisvolle levens in één klap zijn verschroeid tot een dampende massa vlees en metaal.

Het boek zweeft in het grijze gebied van fictie en non-fictie. Hoewel op het omslag prijkt dat het een roman is, doet het eerder aan als een journalistieke zoektocht. Dat het meer feit dan fictie is, blijkt uit een hoofdstuk midden in het boek waarin Bosc ineens in de ik-vorm vertelt hoe hij tijdens zijn research in contact kwam met de kleinzoon van een van de slachtoffers. Enig nut lijkt dit niet te hebben, al maken de persoonlijke stukken het inzichtelijk hoe zijn interesse voor het ongeluk ontstond. ‘Uit mijn voorliefde voor toevalligheden en mijn fascinatie voor mensen die in de vergetelheid zijn geraakt ontstond dit boek,’ aldus Bosc.

Die fascinatie neemt echter de overhand. De lezer wordt begraven onder een berg ongewilde details en er worden verhalen verteld die in deze roman niet bijdragen aan de al zwakke plot. Door zo sterk vast te houden aan de realiteit is de potentie van een steengoede roman verloren gegaan. Adrien Bosc had in Morgenvroeg in New York meer van zijn talent meer mogen laten zien.

2,5 ster

BOEKGEGEVENS
Adrien Bosc, Morgenvroeg in New York, Uitgeverij Cossee. 224 pagina’s, ISBN 978 90 593 6648 0

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant (editie juni 2016). Hiervoor heb ik een gratis recensie-exemplaar ontvangen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *