‘We leven in water’ is een bundel delicate verhalen’

leestijd: 3 minuten

De verhalen in We leven in water zijn delicaat in de breedste betekenis van het woord: verfijnd en daarmee ook breekbaar.

Jess Walter is een romancier met een ongekend groot talent. Met zijn deels historische roman Schitterende ruïnes brak hij in 2014 door bij het grote publiek in Nederland. En terecht, want hij werkte vijftien jaar aan dit fenomenale genre-overstijgende boek, dat hij heeft kunnen polijsten tot een meesterwerk. Naast romans schrijft Walter thrillers en korte verhalen. Enkele verhalen zijn gebundeld in We leven in water.

De bundel opent met een zwerver die geld bij elkaar sprokkelt om het nieuwe Harry Potter-boek te kopen voor zijn zoon, die verblijft bij een streng religieus pleeggezin. Met de dood van zijn vrouw is de man in een neerwaartse spiraal geraakt, waardoor hij niet meer voor zijn kind kan zorgen. De man is een ruïne van wie hij was en de liefde voor zijn zoon is als het cement tussen de stenen: het houdt hem bij elkaar, al ligt verder verval op de loer.

Dat specifieke thema, het verval, komt in het hele boek terug. De hoofdpersonen, overigens allemaal mannen, zijn gescheiden, hebben een problematische verhouding met hun kind en komen in aanraking met prostitutie en gokken. Toch gaat er in het boek een zekere vorm van hoop uit die doet denken aan die ene uitspraak van Anne Frank: ‘Ik denk niet aan alle ellende, maar aan de schoonheid die er nog steeds is.’

De manier waarop Walter met vorm speelt, versterkt niet alleen de inhoud, maar heeft een hele betekenis an sich. Dat deed hij al sterk in zijn roman Het nulpunt (2015), maar in We leven in water pakt hij uit.  In de dialogen ontbreken vaak de aanhalingstekens, andere keren worden uitgespraken aangeduid door cursivering of een gedachtestreepje voor het gezegde. Dat versterkt het gevoel dat het onbetrouwbare vertellers zijn die in hun visie afwijken van wat we ‘de werkelijkheid’ noemen.

Over de betekenis moet je vaak even nadenken. Walter vertelt veel zonder het te benoemen, zodat de boodschap soms verloren gaat in de mist die hij opwerpt. Hij brengt menselijke emoties realistisch tot leven, maar benoemt hierbij niet waarom ze zich zo voelen. Het maakt het even mysterieus als onbegrijpelijk, maar dit lijkt waar het hem om gaat: levens zo onbegrijpelijk mogelijk neerzetten. Toch gaat het soms ten koste van de diepgang. Ook de magistrale schrijfstijl die hij in Schitterende ruïnes etaleert, is nog niet aanwezig. Dat tezamen maakt We leven in water een interessant en meeslepend, maar geen hoogvlieger.

3 sterren

BOEKGEGEVENS
Jess Walter, We leven in water, Uitgeverij Marmer. 208 pagina’s, ISBN 978 94 6068 282 7

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant (editie mei 2016). Hiervoor heb ik een gratis recensie-exemplaar ontvangen.

Eén reactie

  1. hoewel geen hoogvlieger lijkt het me toch interessant. Ik schrijf zelf korte verhalen en kan vast hiervan leren. Ik noteer het. Dank je Alex.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *