In ‘Zoetbitter’ ben je als lezer de proefpersoon

leestijd: 5 minuten

Dit boek stelt de lezer op de proef: het confronteert je met je eigen onvermogen om te gaan met het bittere, terwijl je hunkert naar het zoete. In die zin gaat dit verhaal niet om Tess, maar om de lezer als proefpersoon.

   Zoetbitter

Stephanie Danler, Zoetbitter, vert. Gerda Baardman & Theo Schoemaker. Uitgeverij Prometheus, 352 pagina’s.
beoordeling: ●●○○○

Tijdens de benauwde zomer van 2006 laat de 22-jarige Tess haar alledaagse, provinciale leven achter zich en vertrekt naar New York voor een nieuwe start. Als plattelandskind is Tess niet opgewassen tegen de losgeslagen levensstijl van de schreeuwerige New Yorkers. Ze huurt een kamer in Brooklyn en slaagt erin een baan te vinden als assistent-kelner bij een befaamd restaurant in Manhattan.

Tess sleept je mee door het chaotische, slopende, fascinerende horecaleven waar ze in belandt, tegen het decor van het genadeloze, rumoerige New York. Ze leert over oesters, champagne, bourgondische omgangsvormen en het nachtleven dat begint na sluitingstijd. Net op het moment dat ze de smaak te pakken krijgt, raakt ze verstrikt in een ingewikkelde maar verleidelijke driehoeksverhouding met een ingetogen, bloedmooie barman Jake en een oudere collega Simone aan wie Tess zich vastklampt als een kind aan haar moeder.

   Een literaire smaakexplosie

Danlers literaire schrijfstijl is intrigerend. Het boek begint met een passage over smaak die door de buitengewone schoonheid verkeerde verwachtingen wekt over de rest van het boek: ‘Je ontwikkelt je smaak. Die zetelt op het plekje op je tong waarmee je je dingen herinnert. Waar je woorden toekent aan de texturen die je proeft. Eten wordt een discipline, een taalobsessie. Je zult nooit meer zomaar iets eten.’ Vervolgens verweeft ze soortgelijke passages over verschillende soorten smaak – zuur, zout, zoet, bitter – door terugblikken op Tess’ aankomst in New York.

Het openingshoofdstuk sluit af  ze af met een even mooie passage: ‘Smaak, zei chef, staat of valt met evenwicht. (…) Een zekere deskundigheid in smaak, de manier waarop je met de wereld omgaat, blijkt uit het vermogen van het bittere te genieten, er zelfs naar te hunkeren, net als naar het zoet.’ En dat zou dan de les zijn die de hoofdpersoon leert. Dit boek is een grote escalatie, een smaakexplosie die door slordige uitwerking zijn kracht verliest. Tess raakt uit evenwicht en wordt niet eens een béétje wijzer.

   De combinatie van smaken: zout en flauw tegelijk

De steeds verder stagnerende ontwikkeling van Tess wordt almaar vervelender. Vooral in het begin vechten alle medewerkers uit het restaurant om de hoofdrol in dit verhaal. Dat maakt het verhaal een chaotisch geheel waarin je geen enkel personage echt goed leert kennen. Door het gebrek aan diepgang, is het moeilijk je met hen te identificeren wat leidt tot verveling. Als je dan verder leest, ontdek je dat de bijpersonages ook geen werkelijke functie hebben bij de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Zij wordt goed in wat ze doet, praten over eten, maar over het leven heeft ze geen flauw benul.

Daarbij verwacht je als lezer dat het regelmatig doorhalen van nachten in drukke kroegen, waar drugs en alcohol rondgaan als ‘snoepjes’ – zoet! – eens zijn tol zal eisen op haar. Haar karakter verschilt zo erg per hoofdstuk dat dit absoluut een fout is van de auteur: ze is niet realistisch. Toch valt er wat van haar te leren. Ze zegt zelf ook dat ze op elke ervaring zout gooit, waardoor je tong overbelast raakt. En dat leidt dat weer tot een zure nasmaak. Haar eigenwaarde is ook zo laag dat zij inderdaad gaat hunkeren naar het door zout versterkte bitter, maar liefde die vanaf het begin bitter smaakt, is geen pure liefde. De auteur had haar op z’n minst die les kunnen laten leren.

Het wordt steeds irritanter hoe zij in haar naïviteit denkt feministisch in het leven te staan maar zich alsnog moedwillig onderwerpt aan Jake, die vindt dat pijpen een fatsoenlijke beloning is voor een gevoelig gesprek. Die onbenulligheid is in het hele boek te vinden. Het is alsof Tess zich op twee manieren ontwikkelt: als serveerster gaat ze vooruit en als mens achteruit. Dat is, in zekere zin, in lijn met het idee van dit boek, maar zo kun je als lezer achter elk slecht uitgevoerd verhaal wel een diepere betekenis zoeken. Of schuurt dit vanwege ons verlangen naar een goed einde, een balans, die Danler ons onthoudt?

   De lezer als proefpersoon

Over de inhoud valt dus veel te zeggen: zijn het bewuste keuzes of missers? De schrijfstijl schommelde ook heel erg. De dialogen tussen medewerkers zijn weinig spannend door ontbreken van duidingen van gedrag of omgeving. De zinnen komen plots, waarmee ze dynamiek in het verhaal aanbrengt, maar de gesprekken zijn zo wel zonder sfeer, in tegenstelling tot de dialogen met klanten. Deze verschillen in stijl zeggen: onderling hoeven we geen schijn op te houden, doen we niet aan etiquette. Dat heeft de auteur mooi doorgevoerd, maar desalniettemin vermindert dit het leesplezier.

Dat brengt mij tot het volgende punt: wie is werkelijk de hoofdpersoon? Is dat wel Tess? Op zo veel punten is dit boek een enorme misser, waarbij de vorm de inhoud vertroebelt, maar nu komt tot mij het besef dat Stephanie Danler al in het begin zegt om wie dit boek werkelijk gaat: ‘Een zekere deskundigheid in smaak, de manier waarop je met de wereld omgaat, blijkt uit het vermogen van het bittere te genieten, er zelf naar te hunkeren, net als naar het zoet.’ Dit boek stelt de lezer op de proef: het confronteert je met je eigen onvermogen om te gaan met het bittere, terwijl je hunkert naar het zoete. In die zin gaat dit verhaal niet om Tess, maar om de lezer als proefpersoon.


Voor deze recensie heb ik een gratis recensie-exemplaar ontvangen van de uitgeverij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *